Aardbevingen zorgen voor een tsunami
Op tweede kerstdag 2004 is er een grote tsunami in Azie. Grote stukken land worden vernietigd door de reusachtige vloedgolven. Er vallen 130.000 doden en vele duizenden mensen raken dakloos, omdat hun huis, hun bezittingen, hun land, alles vernietigd is door de vloedgolven.
Een tsunami kan ontstaan, overal waar in een hele korte tijd heel veel water verplaatst word. Bijvoorbeeld als een stuk van een berg in het water valt (dan heb je een kleine tsunami, die je bijna niet merkt.). In Azie was er een grote tsunami en die kwam door een aardbeving. Vlakbij het eiland Sumatra, ongeveer 10 km. diep in zee vond er een aardbeving plaats, met een kracht van 9,3 op de schaal van Richter. Hierdoor kwam het water zo erg in beweging dat er vloedgolven ontstonden, die wel 900 km/u gingen. Sommige vloedgolven waren wel 10 meter hoog.

Als er op zee hoge golven zijn, dan is het niet zo heel erg, maar als de golven bijna het land raken, dan wordt de zeebodem ondieper, het water komt dat steeds hoger en hoger.

Door de kracht van het water worden huizen, mensen, dieren planten, bomen meegesleurd de zee in. Het water verwoest alles wat hij tegenkomt op land. Boten, auto's worden opgetild door de hoge golven en een stuk verderop weer neergesmeten.

Uit de grootte van de zeebeving kunnen wetenschappers concluderen dat tijdens de aardbeving bij Sumatra de aardschollen wel 15 meter langs elkaar zijn geschoven.